Volledig Behrooz, is 5 jaar geleden geboren in Amsterdam.
“Ik heb mensen bij mijn huis. Ook boven en beneden”. Beer bedoelt zijn buren.
Hij is geboren met een rijke culturele bagage. Zijn moeder is geboren in Chilé en zijn vader in Afghanistan. Met zijn drieën bewonen ze een kleurrijke woning aan de Spaarndammerstraat.
Een open blik op de wereld
We ontmoeten Beer twee keer: eenmaal voor een video-opname en een fotoportret, en later nog eens bij hem thuis voor een gesprek. Beide momenten laten hetzelfde zien: een oprechte aandacht voor de mensen om hem heen. Ondanks zijn jonge leeftijd luistert Beer geconcentreerd en kijkt hij scherp, alsof hij zijn gesprekspartners zorgvuldig wil begrijpen. Hij beweegt moeiteloos tussen Engels en Nederlands, soms door elkaar, alsof taal voor hem geen grens is maar een extra manier om zich te verhouden tot de wereld.
Tijdens het bezoek bij hem thuis neemt Beer ons mee naar het Franse balkon aan de voorzijde van het huis. Vanaf daar kijkt hij uit over de Spaarndammerstraat. Hij benoemt wat hij ziet, in een volgorde die zijn aandacht verraadt: de fiets van zijn moeder, geparkeerd aan een nietje beneden op straat; een zweem van blauw die zich tussen de wolken laat zien; en pas daarna, wanneer deze de Spaarndammerspoorbrug passeert, de trein. Zijn waarnemingen zijn precies en aandachtig, alsof hij de wereld noot voor noot in zich opneemt.
Dan schakelt hij over naar het Engels. “And I see the homeless people,” zegt hij. Het is een eenvoudige constatering, maar eentje die blijft hangen.
Later vertelt zijn moeder dat Beer zich bewust is van het feit dat er, juist nu het koud is, mensen zijn die op straat leven. In die opmerking klinkt dezelfde open blik door die hem tekent in zijn liefde voor kunst, dieren en verhalen: een aandacht die verder reikt dan het zichtbare en ruimte laat voor wat vaak ongezien blijft.
Met Beer op Safari
Met dezelfde open blik waarmee Beer musea en theaters verkent, beweegt hij zich ook door de wereld van dieren en oeroude tijden. Vol trots presenteert hij zijn speelgoed dino’s, alsof het personages zijn uit een verhaal dat hij al lang kent. “Dit is een Spinosaurus,” vertelt hij beslist. “Die eten veel vis.” Zijn kennis komt niet uit het niets: Beer leest veel over dieren en keert telkens terug naar zijn grootste fascinatie, de dinosaurus.
De dino is voor Beer meer dan een lievelingsdier; het is een wereld op zich. Hij kan er eindeloos over praten, met details die verraden hoe aandachtig hij luistert en kijkt. “Mijn lievelingsdino is de Allosaurus,” zegt hij, even zoekend naar woorden. “Die hebben hele scherpe nagels. Grrrrr!” In zijn stem klinkt zowel speelsheid als ernst — alsof hij het verleden even tot leven wekt.
Wanneer het gesprek op dino’s komt, neemt Beer ons moeiteloos mee op safari. Zijn gedachten dwalen af naar een herinnering die diep is blijven hangen: zijn bezoek aan de Mosasaurus Experience in Maastricht. Zijn hele lichaam doet mee wanneer hij erover vertelt; dit was geen gewoon uitje, maar een ontmoeting met iets groots en overweldigends, een ervaring die indruk maakte.
Toch kent Beers safari ook een andere toon. Zijn blik verandert wanneer hij terugdenkt aan een moment in de Berlin Zoo. Daar zag hij een verdrietige beer. Dat beeld is hem bijgebleven. Zijn moeder vult aan dat de beer in een te kleine leefomgeving zat, gevangen in een ruimte die geen recht deed aan wie hij was. Het was moeilijk om naar te kijken.
In die herinnering laat Beer zien dat zijn nieuwsgierigheid hand in hand gaat met gevoel. Net als bij kunst en cultuur raakt hem niet alleen wat hij ziet, maar vooral wat het oproept — verwondering, vragen en mededogen.
Een nieuwe culturele elite
Met een open blik en een vanzelfsprekende glimlach beweegt Beer zich door het hoofdstedelijke landschap van kunst en cultuur. Vaak aan de hand van zijn moeder en soms vergezeld door zijn oom, trekt hij langs musea en theaters alsof het etappes zijn van een doorlopende tournee. Het Scheepvaartmuseum voelt voor hem als een vertrouwde thuishaven, terwijl jeugdtheater De Krakeling een plek is waar verhalen tot leven komen. Al jaren volgt hij trouw de voorstellingen van theatergezelschap Het Kleine Theater en op het Westergasterrein keert hij steeds weer terug naar Fabrique des Lumières, waar beelden en klanken samen nieuwe werelden openen.
Van jongs af aan draagt Beer zijn culturele kompas in zijn broekzak: de Museumkaart. Die wijst hem niet alleen de weg, maar nodigt hem ook uit om verder te kijken. Steeds vaker is hij zelf degene die het museum of de kunstenaar benoemt die hij wil ontdekken, alsof hij al vroeg leert luisteren naar zijn eigen nieuwsgierigheid.
Een mysterieus oorOnlangs stond Beer oog in oog met het portret van Marcelle Roulin, de “mollige” baby geschilderd door Van Gogh. Sindsdien heeft de schilder zijn verbeelding stevig in handen, vertelt zijn moeder. Het verhaal achter het werk resoneert bij hem, maar vooral één detail blijft klinken als een raadselachtige noot: “Hij is er nog niet over uit wat er nu toch met dat oor is gebeurd.” In dat mysterie vindt Beer precies wat kunst zo onweerstaanbaar maakt — de erkenning van het onbekende.
Een ontmoeting met een Beer
Beer ziet er niet alleen uit om door een ringetje te halen, zo gedraagt hij zich ook. De jonge man heeft hart voor mens en dier, kennis van dat wat leeft en oog voor alles dat om hem heen gebeurt. Het kind is een genot om om je heen te hebben.
Tekst | Harold Kreuk
Beeld | Nikki Fiorella